Er kan sprake zijn van een
instructieprobleem. Het kind heeft dan op school
niet de aandacht of de instructie gekregen die
het nodig had om te leren lezen. Er zijn grote
verschillen tussen de scholen wat betreft de
resultaten. Een verklaring hiervoor kan de
hoeveelheid tijd die scholen aan taal besteden
zijn. Succesvolle scholen besteden rond de tien
uur per week aan taal- en leesonderwijs. Ook de
kennis en de ervaring van de docent(e) van groep
3 is van belang. De groepen 3 en 4 zijn
belangrijke jaren voor de verdere schoolloopbaan
van een kind en eigenlijk zouden alleen ervaren
leerkrachten in deze groepen geplaatst moeten
worden, liefst voor meerdere jaren achterelkaar
zodat ze ook de gelegenheid krijgen om hier te
groeien. Het is mogelijk dat er sprake is
van een meer algemeen leerprobleem, bijvoorbeeld
omdat het kind minder gemakkelijk leert. Een
aanwijzing hiervoor kan zijn als het kind ook
moeite heeft met andere vakken.
Het kind heeft een probleem bij
het zien. Om te kunnen leren lezen moet het kind
goed kunnen waarnemen. U moet alert zijn bij de
volgende symptomen:
- Het kind
klaagt veel over hoofdpijn na het lezen.
- Het kind
wisselt bij het lezen regelmatig van leesregel.
- Het kind
beweegt het hoofd mee met het lezen.
- Het kind houdt
vaak hoofd schuin bij het lezen.
- Het kind
probeert tijdens het lezen met één oog te
kijken.
Indien u een visueel
probleem vermoedt, kunt u het beste contact
opnemen met de huisarts voor een doorverwijzing
naar de oogarts.
Er kunnen gehoorproblemen zijn of
geweest zijn. Een gehoorprobleem op jongere
leeftijd kan consequenties hebben voor de wijze
waarop het kind later klanken waarneemt.
Het kind beheerst de moedertaal
niet goed. Dit kan komen door het dialect of
omdat thuis alleen een andere taal gesproken
wordt. Ook is het mogelijk dat spraak niet goed
op gang gekomen is.
Als u dit
vermoedt kunt u het beste met een logopedist
overleggen. Besteed zelf ook aandacht aan goed
taalgebruik thuis.
Het kind kan spraakklanken minder
goed onthouden waardoor het meer moeite heeft in
de klanken die het gelezen heeft een woord te
herkennen.
Het kind kan moeilijk letters
onthouden en heeft daardoor ook moeite de letters
te herkennen.
Moeilijk leren lezen kan in de
familie zitten. Vaak is er dan sprake van
dyslexie of dyslectische kenmerken.
Het kind kan een gebrekkige
woordenschat hebben en het kan zich moeilijk
uitdrukken. Als uw kind in groep 3 in eerste
instantie goed kon meekomen met lezen maar later
toch problemen krijgt moet u opletten dat er geen
sprake is van een algemene taalachterstand. In
het begin wordt lezen namelijk geoefend met
behulp van simpele woorden en zinnen. Later wordt
dat moeilijker en wordt er meer taalkennis
verwacht van het kind.
Een goede algemene ontwikkeling
is vanaf groep 4 noodzakelijk om goed te kunnen
meekomen bij het lezen. Om een tekst te kunnen
begrijpen helpt het als het kind al iets over het
onderwerp weet.
Klik hier voor meer
informatie over leren lezen.
|