![]() |
||
| aardrijkskunde, geschiedenis en samenleving |
| Kinderen leren de samenleving waarin ze opgroeien kennen. Ze ontdekken de wereld vlakbij en de wereld verder weg. Het gaat hier om kennis over hoe de wereld in elkaar zit, zowel nu als in het verleden, en hoe de samenleving functioneert. Dit leren kinderen zowel thuis als op school. Het aanleren van nieuwsgierigheid, verwondering en bewondering is hierbij belangrijk. Kinderen moeten leren dat de wereld niet statisch is maar voortdurend verandert. Hieronder vindt u een korte beschrijving van de inhoud van aardrijkskunde, geschiedenis en samenleving op de basisschool. |
| Wat hebben de kinderen aan het eind van groep 8 geleerd wat betreft "oriëntatie op mens en de wereld"? |
Bij aardrijkskunde op school houdt het kind zich bezig met de volgende vier groepen vragen. 1. Waarnemen en beschrijven (Wat zie ik?) 2. Herkennen (Waar zag ik dat ergens anders?) 3. Verklaren (Waarom daar? Hoe komt dat?) 4. Waarderen (Wat vind ik ervan? Kan dat ook anders?) Lees ook over wat u met deze vragen thuis kunt doen. Aan het eind van de basisschool wordt het volgende van het kind verwacht: - De kinderen kunnen maatschappelijke verschijnselen herkennen en de gevolgen daarvan aangeven voor de omgeving. - Ze kunnen hun omgeving vergelijken met elders in binnen- en buitenland. - Ze kunnen topografische kaarten gebruiken van Nederland, Europa en de wereld. - Ze leren dat ontwikkelingen in Nederland zijn ingebed in een breder verband. - Ze hebben een beeld van de kaart van de eigen omgeving, van Nederland, van Europa en van de wereld.
Kinderen leren de tijd en de situatie van mensen in het verleden kennen. Ze maken kennis met eenvoudig bronnenmateriaal en leren vergelijkingen te maken tussen vroeger en nu. Ook wordt aandacht besteedt aan normen en waarden, zowel in de eigen cultuur als in andere culturen en zowel vroeger als nu. - Het kind leert de Nederlandse staatsinrichting kennen aan de hand van politieke gebeurtenissen als verkiezingen, troonrede en politieke beslissingen. - Het kind is vertrouwd met het verkeer. - De kinderen leren respectvol om te gaan met leerlingen met andere meningen, met andere levensovertuigingen en met andere culturele achtergronden. - Ze leren historische gebeurtenissen op een tijdsbalk te plaatsen. - Ze kunnen met behulp van historische kennis en diverse informatiebronnen vragen beantwoorden over hoe mensen in het verleden leefden. - Ze leren belangrijke aspecten van tijdvakken herkennen en vergelijken met nu. Ze kunnen aangeven wat veranderd is en wat niet. |