![]() |
||
| het reken- en wiskundeonderwijs |
| In het dagelijke leven
zijn veel vragen rekenend op te lossen. In het huidige
reken- en wiskundeonderwijs wordt dan ook zoveel mogelijk
uitgegaan van het toepassen van rekenen in praktische
situaties. Ook onderzoeks- en redeneerstrategieën zoals
verbanden leggen en het zoeken naar regels, patronen en
structuren horen hier thuis. Hieronder vindt u een korte
beschrijving van de inhoud van het reken- en
wiskundeonderwijs op de basisschool. tip: Als u op zoek bent naar online rekenspelletjes dan kunt u die vinden via onze onderwijspagina's. |
| Wat hebben kinderen na acht jaar basisschool geleerd van het vak rekenen en wiskunde? |
- De kinderen leren rekenen met gehele getallen, kommagetallen en breuken. - Ze leren getallen te ordenen en ze begrijpen hoe ze zijn opgebouwd. - Kinderen leren een in wiskundige termen gesteld probleem oplossen. - Kinderen kunnen uitleggen hoe ze een reken-wiskundigprobleem hebben opgelost.
- De kinderen leren optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met hele getallen. - Ze leren optellen en aftrekken met kommagetallen en breuken. - Ze leren rekenproblemen schattend op te lossen. - Ze kunnen eenvoudige procentberekeningen uitvoeren. - Ze kunnen eenvoudige verhoudingsproblemen oplossen. - Ze leren de rekenmachine te gebruiken.
- De kinderen leren meten en meetproblemen oplossen met behulp van diverse maten. Ze leren maten voor de lengte, de omtrek, de oppervlakte, voor het gewicht, de inhoud, de tijd, de snelheid en de temperatuur. - Ze leren klokkijken en de kalender hanteren - Ze leren met geld rekenen in alledaagse situaties. - Ze leren eenvoudige tabellen en grafieken lezen, begrijpen en toepassen. - Ze leren ruimtelijk rederen. |